•  
  •  
  •  
English version Nederlandse versie

Onze winkel

Muziekcentrum van Gorp
Kade 87
4703 GD Roosendaal
Nederland
T: +31 (0) 165 545824
E: info@vangorpmuziek.nl

Geopend:
di. t/m do. 9:00 t/m 18:00
vr. 9:00 t/m 21:00
za.9:00 t/m 17:00
Afwijkende openingstijden >>

Interview Mario Goossens

Interview Mario Goossens (Poppunt, Be)

Haal je neus niet op voor covergroepen. Spelen, daar gaat het om, al is het gratis !

Omdat zangers, gitaristen en bassisten al genoeg in de spotlights staan, klopte Poppunt dit keer aan bij Mario Goossens (Monza, Hooverphonic, Trigger Finger), een drumwizard die bovendien de bescheidenheid zelve blijkt te zijn. Getuigenissen over dekens in basdrums, stokjes van Zuid-Taiwanese origine en bavianenvellen behoren voorgoed tot het verleden.

De waarheid nu !

Naast drummer spelen bij een handvol Belgische bands, ben je ook drumdocent. Een roeping ?

Mario Goossens: Ergens wel ja. Ik vind het enorm dankbaar om met jongeren te werken die nog iets willen opsteken. Dat geldt zowel voor absolute beginners als voor gevorderden. Die jonge gasten meteen volproppen met theorie heeft geen enkele zin, ik werk liever stap voor stap en zorg ervoor dat ze – telkens ze huiswaarts keren – iets hebben opgestoken.

Hoe gaat zoiets concreet in z’n werk ?

Mario Goossens: Ik begin vaak met eenvoudige ritme-oefeningen op hi-hats en basdrum. De leerlingen zijn razend enthousiast en bellen geregeld om te vragen wie er lesgeeft, hoe het in zijn werk gaat en of ze inspraak hebben in het lessenpakket. Na een eerste telefonisch contact bel ik ze zelf ook even op om te vragen wat ze al gedaan hebben, wat hun favoriete genre is, enz. dat maakt het een stuk makkelijker om aan de lessen te beginnen. In de praktijk zet ik vaak een muziekje op en dan beginnen we samen te spelen. Ik stop af en toe om te observeren en bij te sturen.

Waar begin je op gebied van techniek ?

Mario Goossens: Wat ik heel belangrijk vind, is de polstechniek. Echte power moet je uit de polsen en de zwaaibewegingen van de arm halen. In het jargon heet dat de Moëller-techniek, iets wat ik zelf in New York heb geleerd bij oa Dom Famularo. Er schuilt ook wel gevaar in omdat het jaren van oefening vergt om die techniek onder de knie te krijgen. Omwille van die reden doceer ik een vereenvoudigde vorm ervan. Als je er eenmaal mee weg bent, kan je zonder al te grote fysieke inspanning te leveren enorme powergolven creëren.

Laten we het eens hebben over de fameuze coördinatie en de ritme-oefeningen ?

Mario Goossens: Tja, je hebt vier ledematen dus kan je vier verschillende ritmes in je spel integreren. In principe zijn dat tegennatuurlijke bewegingen maar je leert dat door eenvoudig hi-hats, snare en basdrum af te wisselen. Concentratie is ook heel belangrijk en dan komen we bij de ritmesectie, het fundament van elke groep. Als drummer ben je sowieso meer gefocust op het spel van de bassist omdat je samen met hem als het ware de song recht houdt. Bij Trigger Finger is dat heel belangrijk omdat we een trio zijn. De ritmesectie moet heel strak zitten en je moet het gevoel hebben dat je in elkaar lockt. Oogcontact is daarin een niet te onderschatten aspect. Een kleine beweging of even opkijken kan een wending in de song aankondigen, ik ben daar zeer gevoelig voor. Het is heerlijk als je elkaar zonder woorden begrijpt.

Tegenwoordig probeer ik ook meer en meer op de zanger-es te letten omdat die persoon de songs moet overbrengen naar het publiek. Vroeger dacht ik wel eens nu moet ik er snel nog een extra roffel tussen wringen voor die tien drummers in de zaal maar daar gaat het helemaal niet om. Ik krijg kippenvel en tranen ik m’n ogen als ik de frontman zich volledig zie geven.

Drumaddict ?

Goossens: Ik ben verslaafd in die zin dat het mijn kind is. Neem drummen weg en je kan me bij het vuilnis op de stoep zetten.

En dan nu hetgeen waar prille drummers op zaten te wachten. Met welke set-up speelt good old Mario ?

Goossens: Ik speel op een hele oude Gretsch een merk dat samen met Slingerland al sinds mensenheugenis een vaste waarde is. Akoestisch zijn ze heel erg sterk. Ze ademen, leven en je kan er een eigenzinnig geluid uit halen, ik heb er bovendien altijd van gedroomd om zo’n drumstel te hebben. Nu betaal je daar makkelijk meer dan 5000 euro. Ik stel ook zelf alles af. Een hi-hat zou in principe een mensenleven kunnen meegaan. De vellen vervang ik meestal om de paar maanden. Soms kan een vel compleet fout klinken, dat heeft met smaak te maken. Persoonlijk ben ik nogal te vinden voor Remo Ambassadors (Coated). Op de basdrum gebruik ik doorgaans een coated powerstroke, het komt erop aan om wat te experimenteren tot je het geluid ok vindt. Wat de stokken betreft, zweer ik trouw aan Vic Firth 5 A’s, die liggen me het best. ’t Is natuurlijk allemaal hout maar er zit toch verschil in. Ik heb trouwens ook zelden last van blaren ofzo, meer dan wat eelt zie je niet op m’n pollen.

 

Zit er een wereld van verschil tussen studiodrummen en het live-werk ?

Goossens: Dat kan je wel zeggen, ja ! Live gebruik ik één set-up met hoogstens een tweede snare. Om het exact te zeggen, gebruik ik een 22 op 14 inch basdrum met een soort isolatiestof erin, de microfoonplaatsing wordt dan ook optimaal gebruikt. Daarnaast heb ik een 14 op 6.5 inch snare, een 12 op 8 inch tom, een 16 op 16 inch floortom, een 14 inch hi-hat, een 18 inch crashcimbaal, een ridecimbaal dat bijna dezelfde functie heeft als heeft als een hi-hat en een 15 inch crash aan de rechterkant en die zijn allemaal van het merk Sabian. Ik gebruik allerlei reeksen en blijft constant zoeken naar nieuwe geluiden. Ik vind trouwens dat jonge muzikanten te weinig op zoek gaan naar verschillende materialen en te weinig luisteren naar verschillende muziekgenres.

Doe het want het werkt echt verrijkend, je steekt er meer van op dan je denkt. Experimenteren is meer dan ooit de boodschap, wees gedreven en schuim de drummarkt af. Wanneer ik in de studio drum heb ik een hele camionette vol materiaal bij. Een 24 inch, 22 inch en een 20 inch basdrum, zes snares, verschillende toms, een heleboel cimbalen en ga zo maar verder.  De microfoonplaatsing laat ik over aan technici al volg ik nauwgezet wat ze doen want een mens kan altijd bijleren.

 

 

 

 

 



« »